Appel 'Ecolette'

Malus Domestica 'Ecolette' winterhard boom fruit meerjarig

Foto plant

De (eet)appel is een boom, struik of spil uit het geslacht Malus, waaraan de vooral op het noordelijk halfrond algemeen bekende handappels groeien. De appel groeit in de gematigde streken.

Deze hand- en moesappel is zeer ziekteresistent. De smaak lijkt op die van de zeer bekende Elstar, maar dit ras heeft het voordeel dat hij veel gezonder is. Ook rijpen de vruchten over een lange periode, wat betekent dat men meerdere keren vruchten kan plukken.
De appels zijn tot februari te bewaren.

De Ecolette is een bewaarappel die is ontstaan in 1978 in het Centre for Plant Breeding and Reproduction Research (CPRO-DLO), thans onderdeel van Wageningen Plant Research van de Wageningen University & Research. Het is een kruising tussen Elstar en Prima.

De appel werd al 10.000 v.Chr. in Europa in het wild verzameld en al in het Nabije Oosten geteeld in 4000 v.Chr. Waarschijnlijk is de appel langs de oude zijderoute verspreid, omdat ook het genencentrum van de appel in de omgeving van deze route ligt. De eetbare handappel is het eindresultaat van een eeuwenlang proces van kruising in Centraal-Azië, waar meer dan 25 wilde appelsoorten voorkomen. Geselecteerde rassen werden later in stand gehouden door de door Chinezen uitgevonden techniek van enting.

Ten tijde van de oude Grieken en Romeinen tussen de achtste eeuw v.Chr. en de vijfde eeuw na Chr. was er een florerende teelt van appels. De Romeinen hebben deze rassen verder verspreid over West-Europa.

Verzorging

Pitvruchten kunt u snoeien zolang er geen bladeren aan de boom zitten, ook tijdens de winter kunt u gewoon snoeien
Veel en sterk snoeien van de bomen geeft altijd een (te) sterke groeireactie. Bij veel groei komt de vruchtknopzetting sterk in gevaar. Als de boom op hoogte is, niet meer in de kop snoeien.

Gebruik goed en scherp gereedschap, wonden groter dan 2 cm behandelen met een wondafdekmiddel.

Het eerste jaar, tijdens of direkt na het planten wordt de koptak voor 1/3 teruggesnoeid en meestal de drie zijtakken (gesteltakken). Dit gebeurt omdat de boom nog moet groeien en zich moet vormen. Het volgende jaar worden de takken die gegroeid zijn op de insnoeiplaatsen weer voor 1/3 ingesnoeid. Dit blijft u herhalen tot dat de boom de gewenste grootte heeft bereikt. Daarna snoeit u de koptak en de gesteltakken niet meer in en stopt de hoogte- en breedtegroei vanzelf. Door het insnoeien van de koptak en de gesteltakken komen er kleine takjes aan de ingesnoeide takken. Deze kleine takjes zijn belangrijk, dit worden namelijk de takjes waar vruchtknoppen en later de vruchten aan komen.

Deze kleine takjes mag u nooit insnoeien! Hoe ouder deze takjes worden, hoe meer vruchtknoppen, hoe meer vruchten.

U krijgt een boom nooit ‘klein’ door zwaar te snoeien, want: snoeien doet groeien.

Let bij het snoeien goed op wat bloem- en bladknoppen zijn, bloemknoppen ‘staan’ op de tak en bladknoppen ‘liggen’ op de tak. Bij twijfel wachten met snoeien tot het voorjaar. De eerste knoppen in de boom die groen worden zijn altijd bloemknoppen en bladknoppen worden pas zo’n veertien dagen later ‘wakker’. Bij het ‘wakker’ worden van de bloemknoppen kunt u nog rustig snoeien.

Locatie

De Ecolette staat in de rij bomen het dichtste bij de meidoornhaag en is de meest rechter boom in de rij.

Buren

vergeet-mij-nietjes, Oost-Indische kers, Nieuwzeelandse spinazie, bieslook, sleutelbloem, knoflook, afrikaantjes, goudsbloemen.

Bronnen

Planten